De Kindertelefoon

Hallo iedereen! In deze log vertel ik meer over de kindertelefoon.

De Kindertelefoon is er voor alle kinderen van 8 tot 18 jaar die ergens over willen praten. Je kunt om verschillende redenen bellen of chatten: omdat je verliefd bent of omdat je gepest wordt. Maar ook omdat je ruzie hebt met je moeder of omdat je je niet gelukkig voelt.

Het nummer van de Kindertelefoon is 0800-0432. Bellen naar dit nummer is altijd gratis. De Kindertelefoon is elke dag te bereiken van 2 tot 8 uur, ook op feestdagen en in vakanties. Op werkdagen kun je al vanaf 11 uur bellen of chatten met de Kinderteleroon. Chatten met de Kindertelefoon kan via de site www.kindertelefoon.nl.

De gesprekken bij de Kindertelefoon worden gevoerd door vrijwilligers. Zij hebben een training gehad in het luisteren naar kinderen en ze worden niet betaald voor het beantwoorden van de telefoontjes en de chats. Ze behandelen alle kinderen die bellen met veel respect en verwachten dat jij ook respect hebt voor de Kindertelefoon.

Bij de Kindertelefoon gaat het om jou! De mensen van de Kindertelefoon luisteren daarom naar wat jij wilt en wat jij ergens van vindt. Een oplossing bedenkt de Kindertelefoon dan ook altijd samen met jou. De Kindertelefoon komt niet naar je toe want dan zouden veel kinderen niet meer durven bellen. In geval van nood kan de Kindertelefoon wel iemand inschakelen die naar je toekomt. Maar alleen als je er zelf voor kiest te zeggen wie je bent en waar je bent.

Als je problemen hebt, is het goed om daar met iemand over te praten. Dat kan opluchten. Maar er is niet altijd iemand in de buurt die je kunt vertrouwen of die tijd heeft om naar je te luisteren. Ook kan het best moeilijk zijn om over je problemen te praten, zelfs met iemand die je heel goed kent. Je weet niet altijd zeker of die je serieus neemt en je verhaal geheim houdt. Daarom is het fijn dat je altijd met de Kindertelefoon kunt praten. De mensen van de Kindertelefoon kunnen goed luisteren, en nemen de tijd voor je. Daardoor ben je vaak al een heel stuk geholpen. De Kindertelefoon neemt alle kinderen serieus. En als dat nodig is, zoeken de medewerkers van de Kindertelefoon samen metjou naar een oplossing. De mensen bij de Kindertelefoon zien niet waar jij vandaan belt of chat. Je hoeft je naam of adres niet te noemen. En alles wat je vertelt, blijft geheim: de mensen bij de Kindertelefoon vertellen niets aan anderen.

Jammer genoeg kan de Kindertelefoon niet alle problemen oplossen. De mensen van de Kindertelefoon proberen wel samen met jou alles op een rijtje te zetten. Ze luisteren daarom heel goed naar alles wat je zelf al bedacht of gedaan hebt om het probleem op te lossen. En vaak kom je dan al pratende op nieuwe ideeën . Aan sommige dingen is helaas niet meteen iets te doen. Als ouders gaan scheiden bijvoorbeeld. Dan kun je daar als kind of als Kindertelefoon vaak niets aan veranderen. Wel kan het helpen dat je erover kunt praten. Een enkele keer kom je er samen niet uit. Dan kan de Kindertelefoon je het adres of 4 telefoonnummer geven van organisaties of mensen die je verder kunnen helpen. Daar kun je dan heengaan, of je kunt ze bellen. Soms belt een kind ons en moet er direct hulp op gang komen. Daar zorgt de Kindertelefoon dan óók voor.

Bellen met de Kindertelefoon kan al vanaf het begin van de Kindertelefoon in 1979. De chat is in 2003 begonnen als een experiment. Meteen vanaf het begin vonden veel kinderen het prettig om via de chat hun probleem te bespreken. Je kunt dus altijd kiezen of je wilt bellen of chatten met de Kindertelefoon. Veel kinderen hebben een duidelijke voorkeur voor het één of het ander. Als je belt hoor je een stem. Dat maakt het gesprek wat persoonlijker. Maar sommige kinderen praten liever niet. Omdat de Kindertelefoon dan niet hoort dat je moet huilen bijvoorbeeld, al vinden ze dat niet gek! Als je chat horen andere mensen, die bij jou in de buurt zijn, niet dat je contact hebt met de Kindertelefoon; dat kan ook een voordeel zijn. Of je vindt het één gewoon leuker dan het ander. Via de website van de Kindertelefoon kun je met een medewerker chatten over je vraag of probleem. Een chatgesprek duurt meestal langer dan een telefoongesprek. Om te zorgen dat iedereen aan de beurt komt is afgesproken om niet langer dan een half uur te chatten. Behalve als het echt nodig is natuurlijk, dan is de Kindertelefoon er voor jou zolang jij dat nodig hebt...

 Op de eerste plaats is de Kindertelefoon er om te luisteren naar kinderen en jongeren. Als je ergens mee zit, kan het helpen erover te praten. Als je je probleem aan iemand anders uitlegt, ga je het zelf soms ook beter begrijpen. Je zet alles voor jezelf eens op een rijtje. Natuurlijk kun je ook met je ouders, je vrienden of iemand op school praten. Maar soms kun je die net niet bereiken als je ze nodig hebt. Of het gaat juist over hen. Of je hebt al met ze gepraat, maar ze begrijpen het niet. Op de tweede plaats weet de Kindertelefoon door al die gesprekken welke problemen kinderen en jongeren hebben en hoe dat komt. Soms zorgt de Kindertelefoon er dan voor dat er extra aandacht komt voor die problemen. Heel veel gesprekken bij de Kindertelefoon gaan bijvoorbeeld over pesten. 1979 was Het Jaar van Het Kind. In dat jaar bedachten een paar mensen dat er een kindertelefoon moest komen. Want kinderen en jongeren wisten vaak niet waar ze met een vraag naartoe konden. Een Kindertelefoon was inderdaad erg nodig, want er kwamen steeds meer telefoontjes. In 1979 was er één Kindertelefoon in Amsterdam. Als je toen belde, kostte het 25 cent. Daarna kwamen er steeds meer plaatsen in Nederland met een Kindertelefoon (er zijn er nu 18 in Nederland). Deze plaatsen werken heel goed samen met elkaar. Zoals bijvoorbeeld met het telefoonnummer. Eerst had elke plaats in Nederland een eigen telefoonnummer. Dat is veranderd, zodat je de Kindertelefoon overal in Nederland op één nummer kunt bereiken, 0800 0432. Dit nummer is al vanaf 1992 gratis te bellen.

 

Als je de Kindertelefoon belt of met de Kindertelefoon gaat chatten, krijg je een vrijwilliger aan de lijn of in de chat. Vrijwilligers doen hun werk zonder dat ze ervoor betaald worden. Bij de Kindertelefoon werken mannen en vrouwen, studenten en oma’s. Allemaal mensen die goed kunnen luisteren en die het leuk vinden om met kinderen te praten. Ze zitten achter een bureau met een eigen telefoon, soms met wat boeken en allemaal hebben ze een eigen computer om dingen op te kunnen zoeken en om mee te chatten. In totaal werken 700 mensen bij de 18 Kindertelefoonvestigingen in 6 Nederland. Ze zitten ongeveer één keer per week aan de telefoon of aan de chat. Maar ze doen meer dan de telefoon opnemen en chatten. Sommigen staan ook op festivals om te vertellen over de Kindertelefoon. Andere medewerkers zorgen ervoor dat er nieuwe dingen op de internet-site komen te staan. Of ze geven een gastles over de Kindertelefoon op een school. De vrijwilligers die bij de Kindertelefoon gaan werken, krijgen eerst een cursus. Ze leren vooral om goede vragen te stellen en goed te luisteren. Je kunt vrijwilliger bij de Kindertelefoon worden als je ouder bent dan 18 jaar. Op sommige locaties in Nederland (Almelo, Tilburg en Rotterdam) kun je al vrijwilliger worden als je 16 bent. Via de website kun je chatten met een jonge vrijwilliger van 16 tot 19 jaar.

 

Pesten

Kinderen denken vaak dat je alleen naar de Kindertelefoon mag bellen of met de Kindertelefoon mag chatten als je iets heel ergs hebt meegemaakt. Maar dat is niet zo; veel gesprekken gaan bijvoorbeeld ook over hoe de Kindertelefoon nu precies werkt, of over hobby’s. Andere onderwerpen waarover veel gebeld en gechat wordt vind je hieronder. Pesten Veel kinderen hebben met pesten te maken. Sommige kinderen worden zelfs elke dag gepest. Zij voelen zich rot. Ouders en leraren snappen vaak niet hoe het is om gepest te worden. Ze zeggen nogal eens: “Als je wordt gepest, moet je maar van je afbijten.” Of: “Het is maar een geintje, trek het je niet aan.” Niet echt iets waar je wat aan hebt, als je elke dag bang bent om naar school te gaan. Er zijn ook kinderen die bellen omdat ze willen weten hoe ze een gepest kind kunnen helpen. En dan zijn er nog kinderen die zelf pesten. Ze weten bijvoorbeeld niet goed hoe ze daarmee kunnen stoppen. Ook die kinderen kunnen met de Kindertelefoon praten. Zij krijgen daar niet op hun kop. Een gesprek met een pester kan gaan over hoe het komt dat hij steeds wil pesten. Of hoe lastig hij of zij het vindt om vrienden te maken.

Seks

Een voorbeeld van een vraag over seks is: hoe moet je tongen? Of wat is neuken? Meestal zijn dit dingen die je wel graag wilt weten, maar niet aan je ouders wilt vragen. Zij vinden misschien dat je daar nog te jong voor bent. Bij de Kindertelefoon krijg je gewoon antwoord. Een gesprek gaat ook wel eens over hoe je met seks omgaat. Je kunt bijvoorbeeld twijfelen of je wel of niet met iemand wilt zoenen. Of je bent bang dat je het niet goed zal doen. Over relaties wordt ook veel gebeld en gechat. Over verliefdheid bijvoorbeeld. Verliefde jongens en meisjes stellen vragen als: hoe moet ik verkering vragen? Hoe kom ik erachter of hij / zij mij ook leuk vindt? Kindermishandeling Nogal wat kinderen worden mishandeld door grote mensen. Door volwassenen die juist goed voor hen zouden moeten zorgen. Kindermishandeling kan overal gebeuren. Op school, in een buurthuis, overal. Bij de meeste kinderen die worden mishandeld gebeurt dat thuis, door mensen die ze goed kennen. Bijvoorbeeld door hun eigen vader of moeder. En het gebeurt vaker dan je denkt.

Ouders

Met je ouders heb je elke dag te doen. Geen wonder dat kinderen met ons willen praten over problemen met hun ouders. Soms balen kinderen van de regels van hun ouders. Ze vinden dat ze te weinig zakgeld krijgen of dat ze te vroeg thuis moeten zijn. Of ze maken zich zorgen, omdat hun ouders steeds ruziemaken en het thuis niet meer gezellig is.

In de knoop

Verder zijn er kinderen die bellen of chatten als ze het niet meer zien zitten. Ze voelen zich alleen. Soms kan dat komen doordat ze veel moeilijke dingen hebben meegemaakt. Bijvoorbeeld als er iemand doodgegaan is van wie ze veel hielden. Maar het kan ook zijn dat ze zich anders voelen dan de rest. Omdat ze minder goed kunnen leren, in een rolstoel zitten of een andere huidskleur hebben.

School

Dan heb je natuurlijk nog het onderwerp school. Vragen over school gaan vaak over een slecht rapport, of over de angst om te blijven zitten. De sfeer in de klas kan ook een reden zijn om te bellen of te chatten.

Lichaam

Je lichaam en veranderingen daaraan kunnen je ook erg bezighouden. Er zijn kinderendie zichzelf te dik vinden, en meisjes die zich afvragen wanneer ze nou eens borsten krijgen. Of jongens die willen weten wanneer ze zich moet scheren.

Van alles wat

Als jouw vraag of probleem niet genoemd is, betekent dat niet dat de Kindertelefoon er niet voor jou is. De Kindertelefoon is voor alles waar jij mee zit en voor alles wat jij wilt weten.

 Wist je dit al?

Er bellen en chatten meer meisjes dan jongens met de Kindertelefoon. Hoe dat komt? Misschien vinden jongens het niet stoer om te bellen. Of ze denken vaker dan meisjes dat je een probleem zelf moet oplossen. Of ze durven niet zo goed over hun gevoel te praten. Misschien zijn meisjes meer gewend over problemen te praten? De Kindertelefoon is er NIET om...

• Tegen te schelden,

• Tegen te schreeuwen,

• Vaak te bellen en direct weer op te hangen,

• Te bellen met een verzonnen verhaal alleen maar om te plagen.

Kortom de Kindertelefoon is er NIET om misbruik van te maken. Het is dus niet oké om de Kindertelefoon te pesten. Waarom niet?

• Je pest daarmee de vrijwilligers die bij de Kindertelefoon werken.

• Je verspilt veel geld omdat de Kindertelefoon deze pestgesprekken moet betalen.

• Je houdt de lijn bezet voor anderen, die wél een gesprek met de Kindertelefoon willen voeren.

Dit was mijn log over de Kindertelefoon. Hopelijk hebben jullie iets aan de informatie, laat het me maar weten!

problemen bij de kinderen

Hallo iedereen! Dit is mijn log over de problemen die kunnen spelen bij kinderen. Het gaat vooral over de jongeren. Er zijn heel veel verschillende problemen die vaak ook weer onderverdeeld kunnen worden in andere problemen. Jongeren zitten p hun leeftijd heel snel in de knoop met zichzelf. Hier noem ik een aantal problemen die voor kunnen komen bij deze doelgroep.

-Veel kinderen en jongeren hebben van tijd tot tijd last van gevoelens van angst en somberheid. Behandeling is pas nodig als die gevoelens uitgroeien tot een angststoornis (bijvoorbeeld een fobie of paniekaanvallen) of een stemmingsstoornis (zoals depressie).

Angst- en stemmingsstoornissen zorgen onder meer voor isolatie, negatief zelfbeeld, onderpresteren op school, schoolweigering of vroegtijdig schoolverlaten. Onbehandelde angst- en stemmingsklachten blijven vaak lang bestaan of verergeren in de loop van de tijd.

Psychiatrische problemen kunnen de oorzaak zijn van problemen op school. Het kan gaan om gedragsproblemen waarvoor een specifieke aanpak nodig is of om leerproblemen waarvoor kinderen ondersteuning nodig hebben.

Een deel van de kinderen of jongeren gaat - soms al een behoorlijke tijd - helemaal niet meer naar school. Zij lopen zo een forse leerachterstand op, raken sociaal geïsoleerd en hun ontwikkeling loopt ernstig gevaar. Snel ingrijpen bij schoolverzuim en andere problemen op school is daarom belangrijk.

-Veel kinderen hebben een periode dat ze bijvoorbeeld stoeptegels moeten tellen op weg naar school of dat ze precies over de witte streep moeten fietsen. Dat is geen dwangstoornis, omdat zoiets maar kort duurt en kinderen er gemakkelijk mee kunnen stoppen. Vaste gewoonten of dwingende gedachten worden pas een stoornis als het niet lukt om ermee te stoppen en ze het functioneren van een kind of jongere in ernstige mate belemmeren.

Een dwangstoornis kan twee onderdelen hebben:

•Dwanggedachten of obsessies. Het zijn meestal gedachten waar een kind zich voor schaamt of waar het bang voor is. Voorbeelden: ◦Gedachten over ongelukken die het kind of de ouders kunnen overkomen

◦Gedachten over rampen die gebeuren doordat het kind iets doet of laat

◦Gedachten besmet te worden door vuil of ziektekiemen

◦Gedachten iets gewelddadigs te gaan doen.

•Dwanghandelingen of compulsies. Voorbeelden:

◦Handen wassen

◦Controleren of de deur wel op slot zit

◦Alles op tafel rechtleggen

◦In gedachten steeds bepaalde woorden zeggen.

 

-Als de gedachten van een jongere worden beheerst door alles wat met eten, gewicht en figuur te maken heeft, dan kan hij of zij een eetstoornis hebben.

 

Er zijn verschillende eetstoornissen:

•Anorexia. Jongeren met anorexia wegen (veel) minder dan bij hun lengte en leeftijd past. Ze zijn heel erg bang om dik te worden. Ze denken dat ze veel te dik zijn of ontkennen de ernst van hun ondergewicht. Ze proberen zoveel mogelijk af te vallen. Hun oordeel over zichzelf wordt voor een groot deel bepaald door hoe ze denken over hun lichaam en gewicht.

•Boulimia. Jongeren met boulimia hebben eetbuien. Ze proberen op een ongezonde manier hun gewicht onder controle te houden, door bijvoorbeeld overgeven, laxeren of extreem bewegen. Meestal zijn ze bang om dik te worden.

•Eetstoornis NAO. Jongeren met NAO hebben een aantal kenmerken van anorexia of boulimia. Ze piekeren over eten, gewicht en hun lichaam. Meestal is hun eetpatroon verstoord, willen ze heel graag afvallen en zijn ze erg bang om dik te worden. Ze kunnen eetbuien hebben of op een ongezonde manier hun gewicht onder controle houden, door bijvoorbeeld over te geven, te laxeren of extreem te bewegen.

•Eetbuistoornis. Jongeren met een eetbuistoornis hebben eetbuien. Ze compenseren de eetbui niet en daardoor hebben ze bijna altijd overgewicht. Ze maken zich zorgen over hun uiterlijk en gewicht. Hun oordeel over zichzelf wordt voor een groot deel bepaald door hoe ze denken over hun lichaam en gewicht.

 

-In de puberteit verandert er veel, zowel lichamelijk als qua gevoel. Veel jongeren krijgen dan ook te maken met sterke emoties. Dat hoort erbij. Een probleem wordt het pas als de stemming van een jongere snel en extreem wisselt en hij of zij nauwelijks controle heeft over het eigen gedrag. Op termijn ontstaan er dan problemen thuis, op school of op het werk, met vriendschappen en in relaties.

 

Verschijnselen die vaak voorkomen bij jongeren met een emotieregulatieprobleem zijn:

•sombere buien

•stemmingswisselingen

•drugs- en alcoholmisbruik

•verlies van motivatie voor school

•sociaal isolement

•onaangepast gedrag

•ruzie thuis en met vrienden.

 

Mensen met een BPS hebben last van emotieregulatieproblemen. Verschijnselen die vaak bij BPS voorkomen zijn:

•leeg gevoel

•zwart-wit denken (alles of niets)

•impulsiviteit

•moeite met het aangaan en onderhouden van relaties

•slecht alleen kunnen zijn

•zelfmoordgedachten

•automutilatie (zichzelf beschadigen door bijvoorbeeld te krassen of te snijden)

•negatief over zichzelf denken.

 

Bij jongeren is het vaak moeilijk om te bepalen of zij echt BPS hebben. De diagnose wordt pas gesteld als de klachten langer dan een jaar duren en in verschillende situaties voorkomen, bijvoorbeeld zowel thuis als op school.

 

-Lichamelijke klachten kunnen veel gevolgen hebben voor kinderen en jongeren. Ze kunnen grote beperkingen geven, waardoor een kind thuis en op school veel moet missen, en ze kunnen leiden tot somberheid, angst en irritatie.

 

Er zijn verschillende categorieën klachten:

•Onvoldoende verklaarde lichamelijke klachten: klachten waarvoor geen of geen afdoende lichamelijke verklaring gevonden kan worden.

•Klachten zoals somberheid en angst die zijn ontstaan doordat een kind of jongere een lichamelijke ziekte met veel impact heeft (gehad).

•Klachten en gedragsveranderingen die zijn ontstaan door specifieke ziektes die een direct effect op de hersenen hebben.

 

-Ook hebben jongeren vaak gedragsproblemen. Jongeren met gedragsproblemen krijgen vaker te maken met de politie en justitie. Dat komt doordat ze zich vaak niet goed kunnen beheersen of onhandelbaar zijn, of doordat ze zich laten beïnvloeden door verkeerde vrienden en drugs gaan gebruiken of criminele dingen gaan doen. Ook seksuele overtredingen komen voor. Ze gaan te ver en krijgen problemen op school, thuis en in de buurt. Soms komen ze daarbij in aanraking met de politie.

 

-Een scheiding is een ingrijpende gebeurtenis voor kinderen. Sommige kinderen krijgen daardoor problemen: ze worden bijvoorbeeld agressief, angstig of erg somber, of ze krijgen problemen op school doordat ze zich slecht kunnen concentreren.

Als er in het gezin een kind is met een psychiatrisch probleem, dan is het nog moeilijker om een nieuwe balans te vinden in het ouderschap. Kinderen met autisme bijvoorbeeld, vinden het heel lastig om met de twee werelden van hun ouders om te gaan na een scheiding.

Ouders moeten zich dan extra bewust zijn van de consequenties voor hun kinderen. Dat is moeilijk, zeker als er sprake is van onderlinge strijd. Nogal eens komen ouders daar op eigen kracht niet uit.

 

-Veel kinderen en jongeren zijn wel eens druk, impulsief, agressief of opstandig, hebben moeite zich te concentreren of zijn dromerig. Dit hoeft niet tot moeilijkheden te leiden. Als kinderen of jongeren door deze eigenschappen echter wel tegen problemen aanlopen op school of thuis, kan er sprake zijn van ADHD en/of een gedragsstoornis.

De diagnose van ADHD is lastig. Het vergt zorgvuldig onderzoek om te bepalen of de gedragsproblemen worden veroorzaakt door de aanleg van het kind of door andere factoren.

Veel jongeren volgen een opleiding of hebben een baan. In hun vrije tijd doen ze aan sport, of ze spreken af met vrienden. En ooit gaan ze op zichzelf wonen.

 

Voor jongeren met psychiatrische problemen maar in het bijzondere jongeren met ontwikkelingsstoornissen, zoals autisme en ADHD, is dit niet zo vanzelfsprekend. Hun problemen blijven vaak levenslang bestaan. In elke fase van de ontwikkeling worden zij op een andere manier geconfronteerd met hun handicap en is begeleiding nodig. Veel van deze jongeren hebben bijvoorbeeld moeite met zelfstandig wonen, met het vinden van werk of vrijetijdsbesteding. Hun ouders maken zich vaak ernstige zorgen over de toekomst.

 

-Een traumatische ervaring ontstaat door een gebeurtenis die zo erg is dat iemand er achteraf nog heel lang erg mee bezig is. Ook al is het voorbij, in het denken en voelen komt het steeds terug.

Er zijn grofweg twee soorten trauma’s:

•Iets wat één keer gebeurd is, bijvoorbeeld een ongeluk, het overlijden van een ouder of seksueel misbruik.

•Iets wat steeds opnieuw gebeurt, bijvoorbeeld terugkerend geweld in huis, herhaald seksueel misbruik, extreme verwaarlozing.

 

Door een traumatische ervaring kan een kind een posttraumatisch stresssyndroom (PTSS) krijgen. Symptomen van PTSS kunnen zijn:

•Concentratieverlies, en daardoor slechte prestaties op school

•Nergens meer zin in hebben

•Brutaal en opstandig gedrag

•Depressiviteit

•Eetproblemen

•Angst

•Alcohol- of drugsgebruik

•Slecht slapen en nachtmerries.

 

-Een kind dat een ouder of ouders heeft die alcoholist of verslaafd zijn of die aan een psychische aandoening lijden, moeten al heel vroeg volwassen zijn. Ze nemen de ouderrol over en verzorgen de ouder in plaats van dat de ouder het kind verzorgt. Veel van die kinderen komen echter zelf ook psychisch in de knel.

Kinderen die ouders hebben die verslaafd zijn of aan een psychische aandoening lijden, hebben geen echte basis. Ze weten nooit hoe de toestand thuis zal zijn en wat ze zullen aantreffen. Een ouderlijk huis hoort een veilige thuishaven te zijn, maar is het in die gevallen dus absoluut niet. Bovendien krijgen die kinderen vaak ook al heel veel verantwoordelijkheden opgelegd. Ze zijn het aanspreekpunt van de ouder die alles, maar dan ook alles met hen bespreekt. Daardoor vervalt de ouderrol al snel en wordt het kind eigenlijk de wijste en de oudste. Terwijl het daar nog helemaal niet klaar voor is. Vaak gaat zo’n situatie ook gepaard met geweld tussen ouders bijvoorbeeld of tussen de ouder en andere mensen. Het kind is daar dan ook nog getuige van.

 

dit was mijn log over de problemen bij jongeren, hopelijk vonden jullie het leerzaam! laat het me maar weten :) 

Problemen van de ouders

Hallo allemaal! In deze log vertel ik over de problemen van de ouders.

Jaarlijks kampen in Nederland 864.000 ouders met psychische en/of verslavingsproblemen. Naast de problemen die de ouders zelf ervaren, hebben deze ook gevolgen voor hun kinderen. Naar schatting zijn er in Nederland 1,6 miljoen kinderen onder de 22 jaar in deze situatie. Het hebben van een ouder met een psychische ziekte zorgt voor een aantal risico’s: één op de drie kinderen ontwikkelt zelf vroeg of laat psychische of verslavingsproblemen.

Een groot deel van de kinderen die met Jeugdzorg te maken krijgt, heeft een ouder(s) met psychische of verslavingsproblemen. Uit een recent onderzoek van het Bureau Jeugdzorg Overijssel, blijkt bijvoorbeeld dat 44 procent van de klanten (jeugdigen) van de bureaus jeugdzorg een beroep doen op het bureau vanwege het feit dat (een van) de ouders om psychische en/of verslavingsproblematiek niet in staat zijn goed op te voeden of een veilige omgeving te kunnen bieden.

Nu is het zo dat veel ouders met psychische of verslavingsproblemen geen hulp zoeken bij een GGZ-instelling vanwege de hoge drempel, het gevoel van schaamte en soms ook vanwege angst voor uithuisplaatsing van de kinderen. Tegelijkertijd blijkt uit onderzoek dat veel ouders die hulp zoeken voor hun kind bij de Jeugdzorg, zelf psychische of verslavingsproblemen hebben. Ouders die vergelijkbare problemen hebben als waarvoor hun kind is aangemeld, bijvoorbeeld angst, trauma of ADHD-achtige verschijnselen. Soms komt dit pas naar voren als het kind al een tijdje in behandeling is. Voor sommige ouders is het dan voor het eerst dat ze erover praten.

Een deel van dit soort problemen kan goed behandeld worden door professionals in de jeugd-GGZ, die vaak ook kennis over volwassenen hebben. Voor de betrokken ouder is dat prettig, omdat hij of zij dan niet nog een keer de drempel naar hulp hoeft te nemen.

Dit was mijn log over de problemen bij de ouders van het kind. Deze problemen kunnen ook gevolgen hebben op het kind, hierover vertel ik meer in de volgende log.

problematiek in de woonomgeving

Hallo allemaal, hier een log over problemen thuis. Waar komen de ruzies uit voort? En wat kun je er aan doen?

Het is stevig balen als het thuis niet zo lekker gaat. Je hebt ruzie met (een van) je ouders of met je broertje of zusje ,de sfeer is ongezellig en je kunt het gevoel hebben dat je niet begrepen wordt, het valt niet mee om daar een goed humeur bij te houden. Wat kun je eraan doen? Je kunt op je kamer gaan zitten, of naar een vriendje vluchten. Boos worden of juist heel stil zijn. Maar of dat iets verandert. Wat zou dan wel helpen? Erover praten? Best moeilijk, als er al problemen zijn. Zie je ertegenop? Denk van te voren goed na wat je precies wilt gaan zeggen. Opschrijven kan daarbij helpen. Of je bespreekt met iemand die je vertrouwt hoe je het het beste aan kunt pakken. En dan nog het juiste moment kiezen. Dus niet midden in een ruzie of als de ander haast heeft!

Als je met anderen in een huis woont, gebeurt het weleens dat je ruzie hebt. Misschien heb jij dat ook weleens dat je even niet met je broer of zus over weg kunt. Of je hebt met je ouders ruzie over de regels thuis. Vaak worden de ruzies uitgesproken en lost het zich vanzelf weer op.

Als je er niet uit komt, kun je ook contact opnemen met organisaties. Deze organisaties zoals bijvoorbeeld bureau jeugdzorg  kunnen samen met jou je situatie bespreken en met je meedenken naar een oplossing.

Als je achttien jaar of ouder bent kun je terecht bij het Algemeen Maatschappelijk Werk (AMW). De maatschappelijk werker denkt met je mee en biedt je hulp bij jouw situatie. In bijna elke woonplaats is er een spreekuur van het maatschappelijk werk.

Het kan ook zo zijn dat je een broertje of zusje hebt met een lichamelijke of geestelijke handicap, waardoor het kan voelen dat je ouders meer tijd aan je broertje of zusje besteden dan aan jou. Ook kunnen je ouders dan snel overspannen raken, waardoor hun geduld eerder op is en zo kunnen er dan snel ruzies ontstaan.

Ook kan het zijn dat je ouders veel ruzie met elkaar maken. Dat kan de sfeer in huis behoorlijk verpesten. Soms heb je last van het horen van een ruzie, omdat je je dan bijvoorbeeld niet meer kunt concentreren, maar het kan ook gebeuren dat de ruziemakers jou erbij proberen te betrekken, terwijl het helemaal niet over jou gaat. Dan zit je er ineens midden tussen in.

Probeer dan eens met je ouders of een van je ouders te praten. Praten is geen wondermiddel maar het kan wel opluchten als je gezegd hebt wat jij vervelend vindt. Dit kun je doen door bijvoorbeeld te zeggen: “Ik hoorde dat jullie ruzie hadden en ik vind dat vervelend.” of je kunt zeggen welk gevoel je daarbij hebt, bijvoorbeeld “Ik baal ervan dat jullie zo veel ruzie maken want daardoor is er vaak geen fijne sfeer”. Ook kun je je ouders vragen om ruzies tussen je broertjes en zusjes te helpen voorkomen of op te lossen.

Begin er beter niet over wanneer je ouders ruzie maken. Dan zit hun hoofd vol met de ruzie. Wacht even een ander moment af wanneer zij naar je kunnen luisteren.

Bij iedereen thuis gelden er regels. Regels over hoe laat je thuis moet zijn, welke taken je thuis moet doen of regels over hoe je met elkaar omgaat.

Regels zijn er voor om te zorgen dat het niet een rommeltje wordt maar ze kunnen ook heel vervelend zijn. Als je jong bent, bepalen je ouders vaak de regels maar hoe ouder je wordt, hoe meer jij erover mee kan praten. Ben je het niet eens met de regels? Probeer dan uit te leggen waarom jij het graag anders wilt. En probeer je ouders duidelijk te maken hoe jij het graag zou willen. Je kunt bijvoorbeeld eens op schrijven waar jij je aan irriteert en dit met hen bespreken. Geef ook aan welke regels je wel oké vindt. Zo kun je er hopelijk samen met je ouders uitkomen.

Als je ouders gaan scheiden kunnen er regels in huis veranderen. Er kunnen ook andere mensen bij je in huis komen wonen en de mensen die er bij komen hebben voor veel dingen weer een eigen manier. Dat kunnen grote dingen zijn, maar ook heel kleine. Dit kan verwarrend maar ook heel vervelend zijn. Het is heel belangrijk je vader en je moeder van je weten wat jij graag wilt maar ook wat jij vervelend vindt. Probeer dit met je vader en je moeder te bespreken want dan weten ze ook wat jij ervan vindt en kunnen jullie samen naar een oplossing zoeken.  

Dit was mijn log over de problemen thuis en wat je hier aan kunt doen! Tot de volgende log J

Stress

Hallo allemaal! In deze blog vertel ik meer over de stress. Wat is stress en wat heeft het te maken met de kinderen? stress heeft veel invloed op jongeren en kan hun probleemgedrag beïnvloeden of een gevolg zijn van de problemen thuis, daarom is dit ook een belangrijk aspect in de jeugdzorg.

Wat is stress?

Stress is een normaal onderdeel van het leven, dat ervoor zorgt dat we ‘in evenwicht’ blijven. Een voorbeeld. Normaal heb je een lichaamstemperatuur van ongeveer 37 graden. Dat wordt in stand gehouden door je interne thermostaat. Als je vervolgens de vrieskou in gaat, krijgt je lichaam een klap. Kou! Au! Die kou is een ‘stressor’, oftewel een signaal om je lichaam aan de praat te krijgen. Stress! Alarm! Dan starten er allerlei processen om het lichaam weer op te warmen, zodat het zich aanpast aan de vrieskou.

Mensen en dieren proberen zich staande te houden in een veranderende omgeving. Hun lichaam probeert- bij die veranderingen, die soms bedreigend kunnen zijn- om processen die essentieel zijn voor het voortbestaan binnen zekere grenzen te houden, zodat goed functioneren gegarandeerd is. Dat proces wordt homeostase of allostase genoemd. Als er lichaamsprocessen buiten bepaalde grenzen dreigen te komen, dan kan dat ervaren worden als stress. Dan worden er allerlei systemen geactiveerd die helpen om weer in evenwicht te komen. Dat heet stress-respons.

Die respons bestaat in principe uit een snelle afscheiding (binnen een paar seconde) van het hormoon adrenaline uit het bijniermerg in de bloedbaan. Dat zorgt direct voor meer energietoevoer naar lichaamsdelen die op dat moment op volle toeren moeten werken, zoals het hart, de spieren en de hersenen.

Even daarna wordt via de hypofyse de bijnierschors aangezet tot de afgifte van een tweede hormoon. Dit hormoon wordt cortisol genoemd. Die groep hormonen staat bekend als corticosteroïden. Die zorgen ervoor dat de rust uiteindelijk weer hersteld wordt. Er zijn aanwijzingen dat bij een post- traumatische stress- stoornis de corticosteroïden de stress- respons niet meer goed kunnen ‘uitzetten’. Het lichaam moet niet lang worden blootgesteld aan die corticosteroïden, omdat dat het risico kan vergroten op hoge bloeddruk en diabetes, maar ook op allerlei hersenziekten, zoals depressie. Dat kan gebeuren als je langdurig wordt blootgesteld aan mogelijk bedreigende, onvoorspelbare gebeurtenissen. Dat is de (chronische) stress die we kennen als stress op het werk, school etc. waardoor het woord ‘stress’ zo’n slechte naam gekregen heeft.

Stress in de vroeg jeugd

in de vroege jeugd zijn de hersenen nog sterk in ontwikkeling (net als daarna nog, trouwens). In die periode zijn de hersenen dus nog extra gevoelig voor stress. Met als gevolg dat er op langere termijn allerlei problemen kunnen ontstaan, variërend van angststoornissen (de meest voorkomende is sociale angst) tot depressie en geheugenverlies.

Onderzoek heeft aangetoond dat bij stress in de jeugd het volume van allerlei hersenonderdelen achterblijft: de amygdala, de hippocampus en de frontale cortex…allemaal groeien ze minder goed onder de invloed van stress.

Ook hier geldt dat ‘een beetje stress’ natuurlijk niet erg is. Dat hoort erbij. Het gaat ‘m echt om heftige vormen van langdurige en terugkerende vormen van stress, met name bij mishandeling. Denk daarbij aan seksueel  misbruik, fysieke mishandeling (meppen) en emotionele verwaarlozing.

Ook belangrijk om te weten is dat niet alle kinderen die blootstaan aan stress in hun vroeg jeugd hersenschade oplopen. Het is alleen risicoverhogend. Vervolgend is dan de vraag waarom het ene kind geen schade oploopt en het andere wel. Dat wordt op dit moment nader onderzocht. Men vermoedt dat het te maken heeft met een soort genetische voortbestemdheid, waardoor het ene kind vatbaarder is dan het andere.

Een belangrijke vraag is ook of dat proces van hersenschade omkeerbaar is. Dat is nog niet bekend. Het ziet er echter naar uit dat een combinatie van medicijnen en psychotherapie wel kan helpen.

Stress in de puberteit

In de puberteit gaan jongeren hun grenzen verkennen, en gaan ze bewust op zoek naar stress. Kijk maar eens naar de rij van wachtende bij de achtbanen in pretparken zoals Walibi: daar zie je een overmaat aan pubers. Kennelijk heeft hun lichaam behoefte aan de kick die dit soort rides teweegbrengt. (een prettig bij- effect is natuurlijk dat meisjes dicht tegen hun vriendje aan kunnen kruipen, en dat jongens hun vriendinnetjes kunnen ‘beschermen’.)

Die hang naar spanning kan echter ook vervelende bijwerkingen hebben. Denk bijvoorbeeld aan gamen, blowen en drinken, wat eveneens gezien kan worden als grenzen verkennen en ‘op zoek gaan naar een spannende ervaring’. Hoe eerder je daar mee begint, des te groter het risico op een latere verslaving. Het probleem is namelijk dat in de periode dat de hersenen nog in de groei zijn, het beloningseffect groter is. En stress vergroot dat effect nog extra.

Tot zover is het verhaal wel min of meer bekend. Minder bekend is dat jongeren die niet zo gevoelig zijn voor stress, juist meer geneigd zijn tot het gebruik van alcohol en cannabis, met alle risico’s van dien. Verklaarbaar is dat wel natuurlijk, want hoe minder gevoelig je bent voor stress, hoe groter de behoefte om ernaar op zoek te gaan.

In de praktijk betekent dat dat jongeren die matig lijken te reageren op spannende situaties, misschien eerder geneigd zijn om al op jonge leeftijd te gaan roken, drinken of blowen. En juist op jonge leeftijd beginnen met experimenteren, vormt een risico op latere verslavingsproblemen.

Dit was mijn blog over stress, hopelijk vonden jullie deze informatie weer nuttig! Laat het me maar weten in de reacties!

Huiselijk geweld

Hallo iedereen! In deze log ga ik meer vertellen over huiselijk geweld. Dit is natuurlijk best een heftig onderwerp, maar dit is wel één van de meest voorkomende gevallen in de jeugdzorg.

Huiselijk geweld is geweld dat wordt gepleegd door iemand uit de huiselijke kring van het slachtoffer. Dat kunnen zijn: partners, ex-partners, gezinsleden, familieleden en huisvrienden.

Ouderen en vrouwen zijn ook vaak slachtoffer van huiselijk geweld, maar omdat dit een blog is over de jeugdzorg ga ik dieper in op de kinderen. Voor meer informatie over de mishandeling van de andere doelgroepen kunt u verder lezen op:http://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/huiselijk-geweld/wat-huiselijk-geweld-is

De term 'huiselijk geweld' verwijst naar de relatie tussen pleger en slachtoffer. Er is meestal sprake van een machtsverschil. Het slachtoffer is afhankelijk van de dader. Het gaat bij huiselijk geweld om lichamelijke, seksuele en psychische vormen van geweld.

Lichamelijk geweld is een zichtbare vorm van mishandeling bij de kinderen. Je kunt bij de kinderen blauwe plekken of andere wonden vinden op verschillende plekken van het lichaam.

Seksuele vorm van geweld is dat de daders het kind emotioneel onder druk zetten en dwingen tot het uitvoeren van seksuele handelingen.

Er is een grote variatie in aard en ernst. De volgende indeling wordt soms wel eens gemaakt:

Licht:een eenmalig incident van relatief 'onschuldig' karakter zoals betasting van de geslachtsdelen boven of onder de kleding. De dader gebruikt geen dwang, maar het kind ervaart het wel als ongewenst.

Matig:eenmalige of meermalige betasting van de geslachtsdelen onder de kleding of masturbatie in bijzijn van het kind. Het kind is in geringe mate afhankelijk van de dader (bijvoorbeeld een jeugdleider). Die oefent geen lichamelijke dwang uit, maar zet het kind wel onder druk of vraagt het om geheimhouding.

Ernstig:(pogingen tot) penetratie of wederzijdse masturbatie. Het kind is afhankelijk van de dader. Het misbruik houdt minimaal een jaar aan. De dader gebruikt lichamelijke dwang of psychische manipulatie.

Zeer ernstig:meermalig, langdurig seksueel misbruik (penetratie), dat minimaal een jaar aanhoudt. Het kind is afhankelijk van de dader. Die chanteert het kind of gebruikt lichamelijk geweld.

 Bij psychische vorm van geweld kleineren de ouders hun kind. Kinderen hebben behoefte aan waardering en aan steun. Normaal gesproken geven ouders dat ook aan hun kinderen en zo wordt een solide basis gelegd voor een goed leven. Maar er zijn ook ouders die heel anders met hun kinderen omgaan. Zij maken hun kinderen belachelijk, schelden ze uit of laten ze merken dat ze ze niets waard vinden. Als dat gebeurt, is dat psychische mishandeling.

Dit vind ik misschien wel de ergste vorm van mishandeling, omdat de kinderen dit voor altijd met zich meedragen. Van de andere vormen lopen ze natuurlijk ook trauma’s op, maar door gekleineerd te worden door je ouders, blijf je altijd een minderwaardig gevoel hebben van jezelf.

Er bestaat ook nog emotionele verwaarlozing. Psychische mishandeling en emotionele verwaarlozing zijn twee verschillende zaken. Bij emotionele verwaarlozing krijgt een kind bijna of geen liefde, warmte en aandacht van de ouders. De vader en moeder van het kind tonen bijvoorbeeld geen belangstelling voor wat het kind allemaal meemaakt en reageren vaak niet eens als het om aandacht vraagt. Een knuffel of een kus zijn vaak al helemaal uit den boze. Het kan ook zo zijn dat ouders nauwelijks iets ondernemen met hun kind.

De dader is dus meestal een ouder of voogd van het kind. In sommige gevallen kunnen het ook andere volwassene zijn, waar het kind afhankelijk van is. Dan denk je bijvoorbeeld aan een leidster op een peuterspeelzaal, een leraar of een sporttrainer.

Elke maand sterft er in Nederland een kind of volwassene aan de gevolgen van huiselijk geweld. Gemiddeld elke 10 minuten rukt de politie ergens in Nederland uit voor een melding van huiselijk geweld. De politie registreert jaarlijks 65.000 incidenten van huiselijk geweld dit is naar schatting 12% van de omvang van huiselijk geweld. In werkelijkheid ligt het aantal gevallen van huiselijk geweld dus veel hoger.

Dit was mijn blog over huiselijk geweld. Hopelijk vonden jullie de informatie weer nuttig! Ik hoor het graag.Smile

Gedragsproblemen van jongeren

Hallo allemaal! In deze log geef ik meer informatie over gedragsproblemen bij jongeren. Wat verstaan we nou onder gedragsproblemen? En hoe wordt dit gedrag beïnvloed?

 

Wat is het verschil tussen een gedragsstoornis en gedragsproblemen?

Een gedragsstoornis is in de kinder- en jeugdpsychiatrie een psychiatrisch ziektebeeld bij kinderen. Wanneer afwijkend gedrag gestuurd wordt vanuit de aanleg (erfelijkheid of aangeboren afwijking), spreekt je van een gedragsstoornis. Wanneer het gedrag word veroorzaakt door de omgeving, spreek je van een gedragsprobleem. De gedragsstoornissen bij jongeren maken deel uit van de ontwikkelingsstoornissen.

 

Er treedt vaak een mengeling op van gedragsstoornis en gedragsproblemen. Een strikte scheiding is moeilijk te maken. De gedragsstoornis manifesteert zich door probleemgedrag dat meestal eerder door de omgeving dan door het kind zelf als hinderlijk wordt ervaren.

 

Alle kinderen en jongeren zijn wel eens lastig. Ze luisteren slecht, worden erg boos of komen te laat thuis. Dit is vervelend, maar ook heel normaal. Het hoort bij het opgroeien. Maar soms zijn de problemen zó erg en duren ze zó lang dat een kind erdoor in de problemen komt. Hij of zij wordt bijvoorbeeld vaak de klas uitgestuurd of zelfs geschorst. Ook lukt het niet zo goed om vriendschappen te sluiten. Daarnaast kunnen ouders het gevoel hebben dat ze het allemaal niet meer aankunnen.

 

We spreken van ernstige gedragsproblemen als er in ernstige mate sprake is van:

•dwars en opstandig gedrag (ruzie met volwassenen hebben of weigeren te luisteren);

•prikkelbaar of driftig gedrag (boos en gepikeerd zijn of woede-uitbarstingen hebben);

•antisociaal gedrag (vechten, liegen, spijbelen, ongevoelig zijn voor straf);

•druk en impulsief gedrag (rusteloos zijn, bezigheden van anderen verstoren, eerst doen en dan denken).

 

Als dit gedrag heel problematisch is, langer dan een jaar aanhoudt en een kind heel erg belemmert in naar school gaan, vrienden maken en het contact met familie, dan kan het kind de diagnose Oppositioneel opstandige gedragsstoornis (ODD) of Gedragsstoornis (CD) krijgen. Een kind met de diagnose ODD is vaak heel dwars en opstandig. Een kind met de diagnose CD doet vaak dingen die echt niet mogen, zoals vechten, liegen of stelen.

Hoewel druk en impulsief gedrag kenmerkend zijn voor een aandachtstekort- en hyperactiviteitsstoornis (ADHD) en niet voor ernstige gedragsproblemen, komen druk en impulsief gedrag wel vaak voor bij ernstige gedragsproblemen.

 

Of een kind een gedragsstoornis ontwikkelt is voor de helft erfelijk bepaald (door genen, neurotransmitters, de hormoonspiegel en hersenafwijkingen) en wordt daarnaast beïnvloed door omgevingsfactoren. De invloed van risicofactoren in de omgeving kan worden gecompenseerd door beschermende factoren. Omdat de Viersprong zich bij de behandeling van gedragsproblemen bij jongeren richt op de te beïnvloeden factoren uit de omgeving, voornamelijk in het gezin, beschrijven we deze hier uitgebreider.

 

Omgevingsfactoren

De kans dat een jongere een gedragsstoornis ontwikkelt wordt groter bij:

•alcohol- en drugsmisbruik door de ouders

•relatieproblemen tussen de ouders

•crimineel gedrag van de ouders

•in grote gezinnen waar veel broertjes en zusjes zijn

•ongunstige buurtkenmerken

•een lage sociaal-economische status van het gezin

•stress door materiële problemen

•psychiatrische problemen bij de ouders

•roken en stress tijdens de zwangerschap

•lichamelijke kindermishandeling of verwaarlozing in de jeugd

•uitstoting door leeftijdgenoten (bv. bij pesten)

•aansluiting bij leeftijdgenoten met verkeerd (crimineel) gedrag.

•een negatieve ouder-kind interactie, bv als ouders te streng zijn, weinig steun geven en weinig betrokken zijn bij hun kinderen, als ouders zich agressief gedragen en niet consequent handelen als een kind zich dwingend gedraagt.

•een licht verstandelijke beperking (LVB). Het risico op het ontwikkelen van ernstige gedragsproblemen is hoog bij jongeren met een laag IQ en een beperkt sociaal aanpassingsvermogen, omdat deze vaak voorkomen in combinatie met bijkomende kenmerken als leerproblemen, medische of organische problemen en problemen in het gezin en omgeving.

 

Voor een ouder kan het moeilijk zijn om met een kind met gedragsproblemen om te gaan. Moeilijk gedrag van een kind kan woede uitlokken bij een ouder, die met harde discipline probeert het gedrag van het kind te beteugelen. Na verloop van tijd wordt deze aanpak minder effectief en mist zij het gewenste effect. Het draagt zelfs bij aan het ontstaan van meer gedragsproblemen. Harde discipline vergroot de kans dat een kind later gedragsproblemen ontwikkelt of crimineel wordt.

Dit was mijn log over de gedragsproblemen van jongeren, hopelijk hebben jullie er iets van opgestoken! laat het me maar weten in de racties ;)

Opvoeden

Hallo iedereen! Hier een log over de opvoeding. Een belangrijk deel van jeugdzorg is ook de opvoeding van een kind. Ouders zouden hun kinderen zo moeten opvoeden, dat er helemaal geen sprake zou moeten zijn voor jeugdzorg om in te grijpen.

Het opvoeden van een kind is belangrijk, zodat het kind op kan groeien als een evenwichtig mens. Ouders leren hun kinderen over de normen, waarde en tradities die bij hun cultuur horen. Zo kunnen kinderen socialiseren. Natuurlijk leren de ouders de kinderen ook schrijven en praten. Ouders helpen niet allen bij de sociale en mentale ontwikkeling van het kind, maar natuurlijk ook bij de lichamelijk ontwikkeling. Bij de lichamelijke ontwikkeling leren jonge kinderen: zitten, kruipen, staan, lopen, rennen, huppelen en fietsen, meestal in die volgorde. Hierin worden ze ondersteund door hun ouders.

De sociaal-emotionele ontwikkeling van het kind is ook erg belangrijk.  Dit begint al vanaf de geboorte. Als baby, peuter en kleuter zijn kinderen al constant bezig met de band met hun vader, moeder, broertjes, zusjes, vriendjes en vriendinnetjes.

Een baby is in alles afhankelijk van degene, die voor hem zorgt. Van groot belang is de manier, waarop deze zorg geboden wordt. Hoe beter ingegaan wordt op de behoeften van het kind, hoe nauwer de band wordt tussen de ouders en de baby. Hoewel een baby niet kan vertellen wat hij nodig heeft, voelt hij zeker wel wat er met hem gebeurt en of de ouders blij zijn met hem. Hij raakt gewend aan de manier, waarop ze met hem omgaan, praten en knuffelen, maar ook, dat de ouders ingaan op zijn huilen en lachen. Dit is een belangrijke wisselwerking tussen ouders en de baby en hierdoor ontstaat er een emotionele band tussen hen, ze hechten zich aan elkaar. Hij merkt ook, dat ze blij zijn met hem en hem aanmoedigen om dingen vast te houden, te spelen en om dingen zelf te doen. Dit geeft het kind vertrouwen in zichzelf en in de ouders. Hierdoor durft hij zich te ontwikkelen.

Ook in de puberteit is de sociaal-emotionele ontwikkeling nog steeds heel belangrijk, onder andere voor sociale vaardigheden en het zelfbeeld. Pubers mogen er dan al volwassen uitzien, ze zitten toch vaak nog wel in de knoop met hun emoties. Daarom is het als ouder altijd belangrijk om je kind te blijven ondersteunen.

Helaas is er vaak sprake van verwaarlozing bij de kinderen. Hier moet vaak jeugdzorg aan te pas komen. Een aantal voorbeelden van verwaarlozing kunnen zijn: ouders stellen te weinig grenzen, verwennen kinderen te veel, stellen geen belangstelling in hun hobby's of zorgen voor te weinig structuur en regelmaat.

Ook kan er sprake zijn van emotionele. Wat gebeurt er als de baby veel aan zijn lot wordt overgelaten, als de ouder niet beschikbaar is of niet op zijn behoeften ingaat? Dan mist hij de interactie tussen zijn ouders en hem, maar ook de bijbehorende positieve gevoelens. De kern van het mens-zijn wordt niet gevoed. Er gaat iets ontbreken aan het wezenlijke dingen van het menszijn. Het kind ontwikkelt zich wel lichamelijk en verstandelijk, maar niet gevoelsmatig. Het krijgt steeds minder vertrouwen in de volwassenen, maar ook in zichzelf. Als het honger heeft en huilt, komt er niemand en als het huilt, omdat het getroost wil worden, laat men hem alleen. Huilen helpt dus niet. Al snel ontwikkelt zo'n kind zich anders dan andere kinderen of het stopt met ontwikkelen uit angst voor de wereld om hem heen.

Helaas komt dit nu ook veel vaker voor, volgens het Advies- & Meldpunt Kindermishandeling (AMK). Het AMK noemt het pedagogische verwaarlozing en krijgt er twee keer zoveel meldingen over dan drie jaar geleden, toen de instantie met de registratie begon. Ook komen er ruim twee keer zoveel meldingen binnen over kinderen die geweld in huis zien.

De gevolgen van psychische mishandeling of emotionele verwaarlozing kunnen zijn:

1.Angst

2.Faalangst

3.Stress

4.Grote onzekerheid

5.Depressie

6.Eenzaamheid

7.Het gevoel hebben steeds te worden afgewezen door anderen

8.Andere mensen maar moeilijk kunnen vertrouwen

Op later leeftijd kan dit ook heel veel problemen geven aan de kinderen. Sommige mensen voelen zich voortdurend zo naar dat ze zichzelf beschadigen (snijden, krabben). Door zichzelf te snijden of zichzelf op een andere manier te verwonden, voelen ze wel weer wat of het is een manier om de spanning die ze met zich meedragen te doorbreken. Anderen hebben zo weinig zin meer in het leven hebben dat ze zelfmoordpogingen ondernemen of met die gedachte rondlopen.

 

De opvoeding is volgens mij ongeveer het belangrijkste deel in iemands leven, zodat iemand kan opgroeien tot een evenwichtig persoon. Ieder kind verdient een goede opvoeding, zodat hij er later geen problemen aan overhoudt en gewoon gelukkig kan zijn.

 

Ik behandel meer over de problematiek bij jongeren in een van mijn volgende logs. Ik hoop dat jullie deze informatie nuttig vonden! Ik hoor graag iets in de reacties ;)

bureau jeugdzorg

Hallo iedereen! Ik ga jullie in deze log meer vertellen over bureau jeugdzorg. Wat doet bureau jeugdzorg? En wanneer grijpen ze in? Ik zou graag in jullie reacties horen wat jullie er van vinden!

Alle kinderen en jongeren met problemen hebben recht op jeugdzorg. Elk kind moet de kans krijgen om tot een gezond en evenwichtige volwassene op te groeien. Bij bureau jeugdzorg staat het belang van de kinderen centraal. Als kinderen dus problemen thuis hebben, bijvoorbeeld met hun ouders. Als deze bijvoorbeeld alcoholisten zijn of als er kindermishandeling plaats vind. Of dat het gezin misschien schulden heeft. Als de rechten, de ontwikkeling en het welzijn van het kind onder de situatie leiden, dan komt jeugdzorg in beeld.  Ik vind het erg belangrijk dat bureau jeugdzorg bestaat, want zo kan er altijd hulp worden geboden aan de kinderen die het nodig hebben. Kinderen staan in de meeste situaties machteloos. De medewerkers van bureau jeugdzorg elk verzoek van hulp die ze krijgen. Ze beslissen dus wanneer de situatie aangepakt moet worden. En welke zorg er dan gebruikt moet worden. Ze zoeken dus naar een vervangende betere oplossing voor de opvoedingssituatie van het kind. Misschien moeten ze dan uit huis geplaatst worden en naar een pleeggezin. Ze proberen dit te bereiken met de mening van het kind zelf en dat van de ouders.

Bureau jeugdzorg helpt kinderen en jongeren tot 18 jaar bij het opgroeien, en ouders bij het opvoeden.

Een kind of jongere kan in de problemen komen. En ouders weten zich soms geen raad met hun kinderen. Dan kunnen ze dus terecht bij de medewerkers van Bureau Jeugdzorg. Zij geven aandacht, steun en bescherming aan kinderen, jongeren en hun ouders. Zo proberen ze de situatie te verbeteren. Soms kunnen een paar gesprekken al genoeg zijn.

Als het probleem te ingewikkeld is voor jeugdzorg, schakelen ze speciale hulp in. Ze bespreken dan samen met de personen, op welk gebied ze de hulp nodig hebben. Samen met jeugdzorg wordt er dan een indicatiebesluit geschreven. Dit is een soort verwijsbrief om recht te krijgen op speciale zorg.

Soms gaat het thuis echt mis. Dan beslist de rechter dat een kind bescherming nodig heeft. De gezinsvoogden van jeugdzorg begeleiden het gezin dan bij de opvoeding. Dit is verplicht. Ze houden ook toezicht. En kijken of het goed gaat met het kind of de jongere, en of de situatie in het gezin verbetert. Dit is natuurlijk heel vervelend voor de ouders en het kind. Maar soms is het echt nodig. Als een kind thuis niet goed kan leven of als de band tussen ouders en kind de leefsituatie gewoon niet goedmaakt. Dan is het misschien maar beter als het kind weg gaat uit die opvoedingssituatie.

Als je als minderjarige in aanraking komt met de politie, krijg je te maken met de jeugdreclassering. Ook de jeugdreclassering valt onder Bureau Jeugdzorg. Ze begeleiden kinderen en jongeren die met de politie en justitie in aanraking zijn gekomen. Ze gaan met hen mee naar de rechtbank en helpen hen om uit de problemen te blijven.

Dit is natuurlijk erg belangrijk. De kinderen hebben dan het gevoel dat ze er niet alleen voor staan en dat er altijd iemand aan ze denkt. Hopelijk is dat dan genoeg reden voor ze om op het goede pad te blijven.

Kindermishandeling, verwaarlozing, seksueel misbruik: iedereen kan het vroeg of laat tegenkomen. Bij de buren, in de familie, op het spreekuur, in de klas of thuis. Ik heb het gelukkig nooit meegemaakt, maar ik kan er iets bij voorstellen hoe traumatiserend dit kan zijn voor een kind. Ze dragen dit voor altijd met zich mee.

Dit was mijn log over de jeugdzorg en ik hoop dat jullie er meer over te weten zijn gekomen! Laat het me weten in de reacties! En tot de volgende log!